QUOTE
quote6.gif
CONTENT
De artsenbezoeker
Huisartsen ervaren een toename van informatie via de post en internet. Het gros geeft echter de voorkeur aan informatieverstrekking via artsenbezoek en bijscholing. Dit blijkt uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Marintel.

Farmaceutische bedrijven informeren huisartsen op allerlei wijze. De meerderheid van de huisartsen geeft aan een toename te ervaren van informatie via de post en internet. Huisartsen geven er echter juist de voorkeur aan geïnformeerd te worden via artsenbezoek (56%) en bijscholing (50%). Internet en de post worden minder vaak genoemd met respectievelijk 30 en 14%.
Aan het artsenbezoek zijn wel ‘voorwaarden’ verbonden. Als de agenda van een huisarts eigenlijk al vol is, heeft een artsenbezoeker de meeste kans om alsnog een afspraak te maken als er relevante ontwikkelingen zijn, hij informatie heeft over een nieuw geneesmiddel, een attentie wil brengen (een boek is favoriet) of aangevraagd materiaal komt afgeven. Tevens geven de huisartsen aan, meer dan gemiddeld geïnteresseerd te zijn in artsenbezoekers die informatie hebben over hart- en vaatziekten, diabetes en respiratoire aandoeningen.

Ideaalbeeld
Voor de ondervraagde huisartsen zijn drie aspecten belangrijk bij het daadwerkelijke artsenbezoek. Een artsenbezoek dient nieuwe informatie op te leveren, het bezoek mag niet langer duren dan afgesproken en de artsenbezoeker moet op tijd komen. Inhoudelijk geeft de meerderheid van de huisartsen (63%) er de voorkeur aan om één geneesmiddel te bespreken. Indien er tijd over is, wil ongeveer een kwart van de huisartsen een tweede geneesmiddel bespreken.
De ideale artsenbezoeker heeft volgens de huisartsen inhoudelijke kennis, blijft verbonden aan de praktijk (continuïteit) en kan zijn of haar verhaal enthousiast overbrengen.

Invloed
De centrale vraag is: welke invloed heeft een artsenbezoek op het voorschrijfgedrag van huisartsen? Van de huisartsen die een geneesmiddel al voorschrijven geeft 32% aan op basis van de inhoud van het gesprek, indien mogelijk, een geneesmiddel vaker voor te schrijven. Als huisartsen het middel nog niet voorschrijven geeft 68% aan het bij één of meerdere patiënten te proberen. Dit zijn patiënten die op een ander geneesmiddel niet goed reageren (55%), nieuwe gediagnosticeerde patiënten (38%) en bij patiënten die passen bij het profiel zoals besproken met de artsenbezoeker (19%).

Toekomst
Bijna driekwart van de ondervraagden verwacht over vijf jaar nog steeds dat huisartsen artsenbezoekers ontvangen in de praktijk. Een ontwikkeling waarbij ook praktijkondersteuners betrokken worden bij het artsenbezoek heeft niet de voorkeur bij 52% van de huisartsen die een praktijkondersteuner in dienst hebben, 40% van de huisartsen vindt het wel een goede ontwikkeling.

NB: Op basis van vijf diepte interviews is met behulp van de Delphi methode een vragenlijst ontwikkeld naar de rol van farmaceutische bedrijven in de informatievoorziening van huisartsen. De positie van de artsenbezoeker staat centraal in het onderzoek waaraan 127 huisartsen van het Marintel-artsenpanel hebben deelgenomen. In dit panel is sprake van een oververtegenwoordiging van bezoekbare huisartsen.

NB: Op de vraag bij welke firma de prettigste artsenbezoekers werken hebben 63 huisartsen antwoord gegeven. Astra Zeneca (28,6%) en Merck Sharp & Dohme BV (25,8%) worden het beste beoordeeld.