QUOTE
quote4.gif
CONTENT
Het FTO
Er zijn in Nederland 850 farmacotherapieoverleg-groepen waarin huisartsen en apothekers bijeen komen om actuele onderwerpen te bespreken en gezamenlijk te komen tot nieuwe inzichten en richtlijnen.

Invloed op medicijnkeuze
Volgens 79% van de huisartsen worden er in het FTO afspraken gemaakt over de medicijnkeuze. Slechts 4% van de huisartsen vindt deze afspraken altijd bindend. Zo’n 32% vindt de afspraken niet bindend, maar geeft aan dat er wel enige sprake is van sociale dwang. Het merendeel van de huisartsen (63%) ervaart de invloed van het FTO op het voorschrijfbeleid als positief. Het FTO zorgt voor een gefundeerde keuze voor een medicijn en maakt het mogelijk om het eigen voorschrijfbeleid te toetsen. Contact met de HAGRO-leden en lokale apothekers zien huisartsen als een voordeel van het FTO. Ongeveer 29% van de huisartsen vindt dat de invloed van het FTO de laatste jaren is gegroeid. Er worden namelijk steeds meer afspraken gemaakt en huisartsen houden zich hier vaker aan.
Verder blijkt uit het onderzoek dat 57% van de huisartsen de invloed van de zorgverzekeraar als negatief ervaart. Men zegt dat de zorgverzekeraar uit economisch oogpunt en niet uit medisch oogpunt handelt. In de toekomst verwacht 54% van de huisartsen dat de eigen invloed op de medicijnkeuze steeds minder wordt. Hiervan verwacht maar liefst 97% dat de zorgverzekeraar meer invloed gaat krijgen op de medicijnkeuze.

De farmaceut en het FTO
Volgens 50% van de huisartsen zijn farmaceuten op uitnodiging welkom om deel te nemen aan het FTO. Daarentegen geeft 21% van de huisartsen aan dat farmaceuten te allen tijde niet mogen deelnemen. Zo’n 19% van de artsen is positief over artsenbezoekers die informatie komen geven tijdens het FTO. De toegevoegde waarde hiervan zien huisartsen vooral in het informeren over nieuwe geneesmiddelen.

Generiek, en dan?
Wanneer er in het FTO afgesproken is om een specifiek middel voor te schrijven en er verschijnt een generieke tegenhanger op de markt, dan kiest 55% van de huisartsen voor het generieke middel. Slechts 7% van de huisartsen geeft aan dat de gemaakte afspraak blijft staan. Volgens 30% van de huisartsen wordt er opnieuw een discussie gestart bij een dergelijke verandering.
Wanneer in het FTO wordt afgesproken dat generieke medicijnen de voorkeur hebben voor een bepaalde aandoening, maar de patiënt wil graag een specifiek merk, dan volgt 28% van de huisartsen de wens van de patiënt. Meer dan tweederde van de huisartsen tracht de patiënt van gedachten te laten veranderen, maar drukt dit niet tot het uiterste door. Slechts 2% van de huisartsen geeft in dit geval het generieke middel.

NB: Op basis van acht diepte interviews is met behulp van de Delphi methode een vragenlijst ontwikkeld naar de invloed van het FTO in de huisartsenpraktijk.

NB: In dit onderzoek is gebruik gemaakt van het online huisartsenpanel van Marintel. Dit panel bestaat uit 200 huisartsen waarvan 136 (68%) hebben meegedaan aan dit onderzoek. Alleen huisartsen die momenteel participeren in het FTO konden meedoen.